elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: aantasten

aantasten , antasn , werkwoord , slopen, door ziekte. Vuur n antas, voor ’t grijpen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
aantasten , ántâsse , aanraken Paoske ántâsse buut vrij, kinderspel. [Ove]
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
aantasten , antasten , zwak werkwoord, overgankelijk , aantasten De longen waren hum al antast (Coe), De iepen bint an etast deur een ziekte (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aantasten , antesten , zwak werkwoord, overgankelijk , 1. aanvaarden (N:Zuidwest-Drenthe) 2. aantasten, aanraken (wb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
aantasten , antaasten , antasten , werkwoord , 1. aantasten: aanvreten, beschadigen 2. gaan eten, toetasten
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal