elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: achteraan

achteraan , achtran , bijwoord , achteraan
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
achteraan , achterdraan , achteraan; werd vroeger geroepen tegen voerman of koetsier, als een jongen achter aan het rijtuig hing of op de opstap zat.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
achteraan , achteran , bijwoord , Ook niet aaneen geschreven = 1. achteraan, erna Achteran in de zaal was nog stee (Bov), Die lu komt altied met het gat achteran als laatsten en vaak te laat (Gas), Zij kwamen ook een best eind achteran (Eri), Maok die nog maor neit bliede, der komt nog wel wat achteraan (Erf), Daor gao ik drekt achteran (Ruw), Hij hef niet achteran staon bij het neuzen uutdielen van iem. met een grote neus (Mep), Mit het oren uutdelen hef hij niet achteran estaone; man, het liekt wel een olifant (Mep), Griep wil gèèrn wat achteran kommen na griep krijgt men gemakkelijk een andere ziekte (Sle), Ik was der net achteran ik was net te laat (Wtv), Hej genog eten had, aans muj nog wal een brukkie achteran hebben (Bei), Mien zeun mus vaak achteran eten na de anderen (Ass), De koenen leupen aachteran in het laand (Vle), Het klein jong luip achteran in de riegel (Bal), Die zeune van K. komp ok wat achteran is een nakomer (Wei), Zij komp altied achteran mit het bord leeg maken (Flu), Aachteran eten na-eten (Anl), As die der is, kuw begunnen, die is aait aachteran te laat, als laatste (Eex), Wij kregen der nog brood en koffie achteran na (Gro), Hij mus der geld achteran steken flink extra investeren (And), Aj iene geld liend hebt en hie betaalt je niet, dan hej der geld achteran steuken heeft het flink geld gekost (Sle) 2. achterheen Die geeit der wel aachteran (Eex), Dei jongen, door meuj altied achteran zitten (Bco), As ik ter niet altied achteran zitte, dan gebeurt ter niks an het wark (Zdw), Margien was ’n knap vrommes (...). Daor waren der verscheiden, die daor achteran wollen (ui), Der zölf achteran gaon zelf de zaak gaan opknappen (Hgv), Wel wil daor achteran lopen wie wil dat hebben (Sle), Hie wil achter knollen an te pakken zien te krijgen (Zwe), Hij wol die kaste hebben, hij hef der wat achter an lopen (Bei), Daor moej achteran! daar moet je wat aan doen (Dal), Hie geeit overal aachteran d.i. hie leg op alle slakken zolt (Eex), De wichter achteran lopen nalopen (N) 3. achterop Die jong komp op de schoel nogal achteran (Gro), Dat kaalfie komt achteraan in de grui (Eco), Wij komt lillijk achteran (Sle), Op een boerendarp komp men aaid wat achteran (Sle), Zien zeune komp ok wat achteran is achterlijk (Wei), Het binnen altied dezelfden die achteran komt (Dwij) *Kreupele peerde komt altied achteran (Pei)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
achteraan , achteran , achteraan
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
achteraan , achteran , achteraan. Hie kump altied achteran, hie is altied te laete.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
achteraan , aachteran , aachteran- , bijwoord , 1. aan de achterkant 2. na, achteraf
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
achteraan , achteran , bijwoord , 1. achteraan, achterop Hij komt altijd achteran, ok in de kerrek zittie achteran Hij loopt altijd achteraan, ook in de kerk zit hij in de achterste bank 2. achterna De pliesie zattum achteran De politie zat hem achterna Ook achternae
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.
achteraan , aachteraon , achteraan.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
achteraan , [aan de achterkant] , achteran , (bijwoord) , achteraan. Ie gaot maer achteran staon want ie bint nog niet an de beurte; Mien moe giet op de fietse en mien va fietst ter achteran.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
achteraan , âchterèn , 1. achteraan; 2. na, erna , Âchterèn in de klas zitte. Achteraan in de klas zitten., Wâ ête we âchterèn? Wat eten wij na?
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
achteraan , achteran , achteran doen, nadoen; achteran kieken, nakijken; iemand achteran wiezen, nawijzen; iemand achteran praoten, napraten (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
achteraan , aachteraon , bijwoord , achteraan; Mandos - Brabantse spreekwoorden (2003) - Aachteraon koomen as de klôote van d'èèrmelui (Daamen, Handschrift Tilburgs (1916): Spreekwoordelijke vergelijking. Varianten: ...kloten van Klabbeek (Breda 1892); Een arme mens en de kloten van een hond liggen achteraan (Deurne '87)
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal