elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dagdurig

dagdurig , dagduureg , bijwoord , in de dagelijkse loop der dingen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
dagdurig , dagdurig , de hele dag door.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
dagdurig , dagdurig , de hele dag door; * wat doe’j dagdurig: wat doe je zo de hele dag?
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal