elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dankenswaard

dankenswaard , daonkends weerd , welbedankt (houdt een afwijzing in); erkenning, alleen gebruikt bij het afwijzen van een (?). Het is daonkensweerd.
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
dankenswaard , daanknsweard , bijvoeglijk naamwoord , waard om voor te bedanken, wel bedankt
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
dankenswaard , dankeswaert , dankenswaardig. “De eer is dankeswaert” wordt gezegd bij een bezoek, een uitnodiging, aanzoek en dergelijke als dank voor de bewezen eer.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
dankenswaard , dankensweerd , het danken waard; * wat kommensweerd is, is ok dankensweerd.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
dankenswaard , [dank verdienend] , dankeswaerd , dank verdienend , Is det neet dankeswaerd?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
dankenswaard , dânkeswaerd , bijwoord , dankenswaardig
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal