elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: denzen

denzen , denzn , werkwoord, zwak , 3e persoon enkelvoud tegenwoordige tijd: denzet , 1 op en neer schudden, 2 stuiten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal