elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: euvelen

euvelen , [kwellen, hinderen] , euven , bespotten, kwellen, last aandoen, hinderen; olde lue mut men neeit euven = oude menschen moet men niet bespotten (ODr.) Zal staan voor: euveln (dat niet bestaat), van: euvel = kwaad, als znw.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
euvelen , uevrn , werkwoord, zwak , sarren
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal