elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: flisteren

flisteren , flistrn , werkwoord, zwak , slissen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
flisteren , flistern , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidwest-Drenthe, zuid) = 1. een steentje over het water laten scheren ...van die platte schelpen, want die kun ie zo mooi aover het water laoten flistern (Eli) 2. sputteren Ze hebt mij der onder eflisterd (Noo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal