elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: glanzen

glanzen , glaanzn , werkwoord, zwak , glimmen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
glanzen , glaanzen , glanzen , Ook glanzen (Zuidoost-Drents veengebied, Veenkoloniën) = glanzen Der mag gien spattie opzitten, bij heur mut alles glaanzen (Noo), Het kamnet was zo mooi opvreven, het glaansde het oet (Eex), Poetsgekke vrouwlie moet aaid wat te glaanzen hebben in hoes (Eex), Die keupern pompe kuj glaanzend kriegen mit keuperpoetse (Geb), Ze haar mooi glaanzend haor (Row), Wat as der is, dat wee’k niet, mor de ondeugde glaanst heur oet de ogen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
glanzen , glanzen , glaanzen , (Kampen) glanzen. Ook: glaanzen (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
glanzen , glaanzen , werkwoord , 1. glanzen 2. glanzend maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
glanzen , glaanze , zwak werkwoord , WBD glaanze - glanzen, het leer aan de nerfkant glanzend maken (II 662), ook 'glaansstôote' genoemd; WBD III.4.4:241 'glanzen' = blinken
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal