elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: glijbaan

glijbaan , glîjbane , gleibane , Sullebaan.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
glijbaan , [speeltoestel] , glîjbane , Sullebaan. Wie een kras op de baan maakte bij het glijden, moest de baan kussen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
glijbaan , glierbaane , zelfstandig naamwoord , glijbaan
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
glijbaan , glierbaene , glijbaan.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
glijbaan , glierbaene , glijbaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
glijbaan , gliebaan , glierbaan , Ook glierbaan(Zuidoost-Drents veengebied) = glijbaan In de speultoen mugt de kinder geern van de gliebaon ofglieden (Eex), Dat de jongen die gliebane nou net op het kleine straotie mut maken; de olden kunt er de bienen wel brèken (Hgv), zie ook slinterbane
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
glijbaan , glierbaene , glijbaan.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
glijbaan , gliedebaene , gliebaene, gliedbaene , zelfstandig naamwoord , de; glijbaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
glijbaan , glierbaene , glierebaene , zelfstandig naamwoord , de; glijbaan
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
glijbaan , [gladde baan] , gli’jbane , (zelfstandig naamwoord) , glijbaan in de speeltuin. Ie kunt glieren op de gli’jbane.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
glijbaan , [gladde baan] , glierbane , (zelfstandig naamwoord) , glijbaan op het ijs of in de sneeuw. Zie ook: roetsbane.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal