elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: grap

grap , grap , in: doar is gijn grap, of: doar is niks gijn grap an = dat is niet aardig, niet aangenaam, aan zoo iets kan men geen pleizier hebben; de grap is t’r of = het mooie, het aantrekkelijke of het aangename is er af; hij het de grap t’r of = hij vindt daarin geen genoegen meer, hij kan zich daarmee niet meer vermaken.
mooie grappen! ironisch voor: dat zou wat moois zijn! daar kan niets van komen! zou ik daartoe medewerken? Synoniem met: mooie doode!
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
grap , grap* , ook in: hij het de grap d’r of = schept er geen behagen meer in; evenzoo: de grap is d’r of.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
grap , grappe , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , grapn , gràpken , grap
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
grap , grap , m , grappe , grepke(s) , grap(pen), grapje(s)
Bron: Kerkhoff, Chris (1970 ev), Dialectwoordenlijst van het Land van Cuijk, Cuijk
grap , grappe , zelfstandig naamwoord meervoud , in de zegswijze van alle grappe, van de weeromstuit.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
grap , grap , mannelijk , grappe , grepke , grap.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
grap , grap , de , grappen , 1. grap, mop, grappig of onprettig voorval Jan is altied veur een grap te vinden (Pei), Hij vertelde altied dezelde grap (Pes), In de grap ontvuul mij dat (Sle), Ik zee het mor veur de grap (Eev), ...uut de grap, maor hij naamp het veur erens op uit gekheid (Zdw), Zie hebt het met een grap beslagen met een grapje weer goed gemaakt (Sle), Hij hef de grap er of er geen zin meer in (Man), Iene veur de grap holden (Dwi), Mien moeke had altied de grap mit mie hield me voor de gek (Ros), Het mooiste van de grap was, det hum gieniene snapte (Ruw), Daor kuj nog grappen met beleven (Bui), Hej nog meer van die grappen? (Zwa), Dat is een gemaine grap (Rod), Dat was gien grap meer was niet leuk meer (Wsv), Daor is niet veule grap an geen aardigheid aan (Dwi), Hij hef door een malle grap had iets ernstigs meegemaakt (Bov), Dat grappien hef ok hiel wat kost (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
grap , grap , grap
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
grap , grap , zelfstandig naamwoord , de; 1. grap 2. gril, kuur, onaangename of gemene handeling, rotstreek 3. slechte ondervinding, vervelende kwestie
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
grap , grap , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , grappe , grepke , grap , mop grap Zw: 'r Hèt 't grepke oüch neet te deur gehad: hij heeft veel verdriet moeten doorstaan.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
grap , grap , (zelfstandig naamwoord) , gräppien , grap.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
grap , grepke , grapje
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal