elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: greppen

greppen , gruppen , zie: geutjen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
greppen , grupm , werkwoord, zwak , greppels maken
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
greppen , gruppen , gröppen, groepen , (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid). Ook gröppen (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe), groepen (Midden-Drenthe) = 1. greppels maken (Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, noord, Kop van Drenthe) 2. (veen)greppels losmaken (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) Dat gruppen was zwoor wark (Bco), De gröppen zit zowat dichte, wij mut neug hen gröppen (Bro) 3. de mestgoot leegmaken (Zuidoost-Drents zandgebied) 4. techniek van aardappels poten Erpel gruppen, ...der in gruppen d.i. met de puntige schoffel een gat maken en daarin de aardappels gooien of leggen (Sle), De eerpel moew der mar ingruppen, want met het peerd kuw niet over dat land (Pdh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
greppen , gruppen , maken, uitsteken of uitdiepen van greppels
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
greppen , gruppm , greppels in een weide maken.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
greppen , grippe , werkwoord , grip, gripte, gegript , greppelen Ellek jaer motte de waaies gegript worre voor d’n ofvoer van ’t reegewaoter Elk jaar moeten de weiden van nieuwe greppels voorzien worden voor de afvoer van het regenwater Ik het t’n hêêlen dag staon grippe Ik heb de hele dag greppels gegraven
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal