elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: groevenodiger

groevenodiger , groeveneuger , zie groeve; het woord wordt ook in Twenthe (Overijsel) gehoord, even als groevenmoal.
Bron: Buser, T.H. (1856-1861), ‘Geldersch Taaleigen’, in: De Nederlandsche Taal 1856, 1: 13-17, 163-188; 1857, 2: 194-217; 1858, 3: 271-278; 1859, 4: 186-197; 1861, 6: 61-68.
groevenodiger , grouvenööger , mannelijk , iemand, die ter begrafenis uitnodigt
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
groevenodiger , groownnuegr , zelfstandig naamwoord, mannelijk , iem. die voor begrafenis uitnodigt
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
groevenodiger , groemneudiger , aanspreker, iemand die kwam vertellen dat er een sterfgeval was in de buurt of familie.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
groevenodiger , groevenneuger , groeveneuger , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied, Zuidwest-Drenthe, zuid, veroud.). Ook groeveneuger (Zuidwest-Drenthe) = iemand die de mensen uitnodigt voor een begrafenis De groveneuger gunk rond bij de femilie (Die), Het gebruuk was hier niet zo stark as in de zaanddorpen, maar vrogger was bij aoverlieden van de naoste buren ien an ewezen as groeveneuger (Hgv)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal