elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: guichelen

guichelen , gü̂gelen , ginnegappen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
guichelen , guchelen , hetzelfde als gîbelen. Zie Nd. Wdb. onder: guichel.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
guichelen , guchelen , hetzelfde als gîbelen. Zie Ned. Wdb. onder: guichel.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
guichelen , gůchelen , gichelen
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
guichelen , goechln , werkwoord, zwak , ginnegappen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
guichelen , goechelen , giechelen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
guichelen , goegeln , gugeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe, Veenkoloniën, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook gugeln (Veenkoloniën) in bet.1 = 1. dom en dwaas, soms ook stiekem zitten te lachen of te giechelen Die jonge maagies loopt wat te goecheln mit mekaar, mar zij weet zulf niet waorumme (Ruw), Zie zaten daor in de hoek te goegeln (Sle), Wat zit dai door te gugeln, loert aal deur naor dai aine vent (Vtm) 2. frommelen, frunniken (Zuidwest-Drenthe, noord) Dat kiend zit altied te goegeln (Die)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
guichelen , geugeln , zwak werkwoord, onovergankelijk , (ov) = lopen Doe geugelde e hen de kille slaopkaomer um het karkboekien te kriegen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
guichelen , goechelen , (Kampereiland, Kamperveen) giechelen
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
guichelen , goegelen , giechelen, ginnegappen.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal