elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: guilen

guilen , göllen , janken (van een hond).
Bron: Ballot, A. (1870), Eigenaardigheden van het Twentsche dialect, uitgegeven in 1968, Hengelo.
guilen , gü̂len , gûlen , (zwak werkwoord) , schreeuwen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
guilen , gùln , werkwoord, zwak , huilen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
guilen , guile , gule , werkwoord , Huilen. Vgl. Fries gûle.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
guilen , göllen , 1. schreeuwen. 2. het geluid van de wind die om het huis giert.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
guilen , göllen , göllen, egöld , schreeuwen, veel lawaai maken.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
guilen , goelen , zwak werkwoord, onovergankelijk , 1. huilen, janken De maais goelden het uut, toe as der opiens een hond op de weg sprunk (Ruw), Die hond döt niks aans as goelen (Die), Olde meinschen zekt wel ies: As de honden zo staot te goelen, komp der gauw een dooie (Hav), zie ook hoelen 2. van snerpende pijn (Zuidwest-Drenthe, zuid) Het goelt mij der deur (Hgv), zie ook galen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
guilen , goelen , werkwoord , 1. huilen (ook van de wind) 2. bep. geluid maken door bijen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
guilen , guile , werkwoord , guil, guilde, geguild , [Num, Barg] bespotten door de tong gootvormig uit te steken, een ezel nadoend (guil ezel)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal