elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: heen-en-weer

heen-en-weer , [ogenblik] , heenenweertje , hendeweer, hentweer, hendeweertien , zooveel als: ommezientje, oogenblikje, klein poosje “hij zal ’t wel ’n hendeweer an tied deenen te nemen”; = hij zal wel een weinig geduld moeten hebben, wel een beetje moeten wachten, ook: er een beetje tijds aan besteden; “’n hendeweertien daorna begun de juffer ’t zwiegen of te breken.” Contr. van: heen ende weer.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
heen-en-weer , henneweer , heen en weder; zij lijpen al henneweer.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
heen-en-weer , hen’twier , zelfstandig naamwoord, mannelijk , ogenblikje
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
heen-en-weer , héén-en-weer , zelfstandig naamwoord ’t , in de zegswijze kroig ’t héén-en-weer!, loop naar de pomp! – Je kenne van moin ’t héén-enweer geniete!, zie de vorige zegswijze – Erges ’t héén-en-weer van kroige, ergens nerveus of beroerd van worden.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
heen-en-weer , [retour] , hen en weer , retour.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
heen-en-weer , [negatieve wens] , hen en weer , negatieve wens, b.v: krieg ’t hen en weer = je kunt barsten.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
heen-en-weer , henneweertie , retourtje.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
heen-en-weer , hen-en-weer , henenweer, henneweer, hendeweer , het , (Midden-Drenthe, Zuidoost-Drents zandgebied ook zonder verbindingsstreepjes). Ook henneweer (Zuidwest-Drenthe, zuid), hendeweer (Zuidwest-Drenthe, zuid: bet. 2.) 1. retourkaartje (Zuidoost-Drents zandgebied) Ik heb een hen-en-weer nummen (Sle, zelden) 2. in ’t hen-en-weer hebben kriegen etc. doodzenuwachtig zijn of worden Ik kreeg ’t hen-en-weer van die kinder (Sle), Hij kan um mij het hen-en-wèer kriegen naar de pomp lopen (Rui), Hij har wat verkeerd e-èten en nou hef hij het henneweer diarree (Ruw), zie ook hendeweertien
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
heen-en-weer , hen-en-weerdèn , hennewedèn, hen-en-wedèn, he-nen-werdèn , bijwoord , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Veenkoloniën). Ook hennewedèn (Zuidoost-Drents zandgebied, Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe) hen‑en‑wedèn, hen-en-werdèn (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) Ook vormen zonder verbindingsstreepjes = heen en weer Dai vrouwlu heb ik de haile aovend al zain ze lopen al hen en weerdèn (Vtm), Die koe giet aal hennewedèn wordt steeds verkocht en weer teruggekocht (Sle), Ik gao gauw even hen-en-wedèn hen de winkel (Hgv), Ie kunt um mij het hennewedèn kriegen krijg de pest (Hgv), zie ook weerdèn
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
heen-en-weer , henne-weer-denne , henne-en-weer-denne, hennevedenne, hinne-en-weer-d , bijwoord , 1. in een oogwenk 2. heen en terug 3. wispelturig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
heen-en-weer , henne-en-weer , henneweer, hendeweer , bijwoord, bijvoeglijk naamwoord , 1. heen en terug 2. wispelturig 3. het heen-en-weer krijgen, in d’r ’t henne-en-weer van kriegen 4. voor een kort ogenblik
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
heen-en-weer , en-en-weer , (zelfstandig naamwoord) , heen-en-weer. ‘t En-en-weer kriegen.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal