elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kleuren

kleuren , kleuren , een eenvoudig kaartspel. Ieder krijgt drie kaarten en drie worden omgekeerd op tafel gelegd. Van deze drie neemt men om beurten ééne, en legt er eene weer voor in de plaats, tot zoo lang men geen kans ziet eene hoogere kaart machtig te worden. ’t Hoogst is: drie azen, dan volgen: drie heeren, enz.; vervolgens de driekaarten: vrouw, heer, aas (bv. van klaveren, enz.), en eindelijk hebben waarde kaarten van dezelfde kleur; drie klaveren is dan het hoogste, daarop volgen schoppen, dan harten en eindelijk ruiten.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
kleuren , kluurn , werkwoord, zwak , 1 blozen, 2 bevallen, aanstaan, 3 harmoniëren in kleur
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kleuren , kleure , werkwoord , in een combinatie als: je kleure goed mit blauw, mit grois, mit roôd enz. = blauw, grijs, rood enz. kleurt je goed. Vgl. voor een soortgelijke omkering het werkwoord staan.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kleuren , kleure , kleurde, haet of is gekleurt , kleuren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
kleuren , kleuren , zwak werkwoord, (on)overgankelijk , 1. een kleur krijgen Aj mij plaogt begun ik zo te kleuren (Eli), Hij kleurde tot aachter de oren (Dwi) 2. een kleur geven Dat is ’n mooie tekening um te kleuren (Klv), Het grös muj nog wat gruner kleuren, dan heb ie een mooie tiekening (Ruw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
kleuren , kleurn , kleuren.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
kleuren , kleuren , werkwoord , 1. kleuren 2. passen qua kleur
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
kleuren , klëure , werkwoord , klëurde, geklëurd , dagen , VB: Wie v'r Broonkmaondig hèivers kaome, begôs 't al te klëure.; licht (licht worden) klëure VB: Wie v'r Broonkmaondig hèivers kaome, begôs 't al te klëure.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
kleuren , [kleur geven] , kleure , kleuren
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
kleuren , kläöre , werkwoord , kläörtj, kläördje, gekläördj , kleuren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
kleuren , kleure , zwak werkwoord , "kleuren; zegswijze in kaartspel; Van Beek - ""Kleuren is geld beuren"" zegt men, als men een medespelende aas vraagt van dezelfde kleur als waarin men troef maakt; dus rood bij rood, zwart bij zwart.  (Nwe. Tilb. Courant; Typische zegswijzen afl. 5; 25 augustus 1959)"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal