elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kniehalsteren

kniehalsteren , kneenhalstrn , werkwoord , kortwieken
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kniehalsteren , knijhaalsteren , kniehalsteren , een dier zeer dicht de kop aan voorpoot vastbinden
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
kniehalsteren , kniehalstern , zwak werkwoord, overgankelijk , (Zuidoost-Drents zandgebied, de) = van een kniehalster voorzien Daor staot de kalver weer met de kop over de toen in mien heujbult te trekken, dat moet oet wezen mooj ze mor kniehalstern (de)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal