elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kniewaag

kniewaag , kneewaage , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , kneewaang , knieholte
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
kniewaag , kneewaegen , knieholte.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
kniewaag , kniewaeng , knieholte.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
kniewaag , kniewaoge , (Kamperveen) knieholte
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
kniewaag , kniewaagn , knieholte.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal