elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: knipmuts

knipmuts , [vrouwenmuts, neepjesmuts] , knipmütse , (vrouwelijk) , soort neepjesmuts.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
knipmuts , knipmütse , Kornetmuts.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
knipmuts , [soort muts] , knipmütse , Kornetmuts.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
knipmuts , knipmusse , zelfstandig naamwoord , Rijss. vrouwenmuts, zie ook: musse
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
knipmuts , knipmusse , knipmutse , witte muts van kant. Werd vroeger gedragen door vrouwen vanaf 18 jaar op zon- en feestdagen..
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
knipmuts , knipmusse , witte kanten muts die vroeger door vrouwen vanaf hun 18e jaar op zondag werd gedragen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
knipmuts , kniepmus , de , 1. neepjesmuts (Veenkoloniën, Midden-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid) z. neepiesmus 2. zuinig persoon (Zuidwest-Drenthe, noord)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
knipmuts , knipmusse , muts, gemaakt van kant
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
knipmuts , knipmutse , witte muts van de boerin.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
knipmuts , knipmusse , zelfstandig naamwoord , de; bep. witte muts met bandjes onder de kin door
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
knipmuts , knippiesmusse , (zelfstandig naamwoord) , knipmuts, Overijsselse klederdrachtmuts.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
knipmuts , kniepmuts , knipmuts, knepiesmusse , knipmuts, neepjesmuts.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal