elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: metworst

metworst , metworst , Zegswijs: proaten as ’n metworst dei ’t vet ontloopen is = in ’t wilde er wat heenpraten; metworsten spinnen = niets doen, lanterfanten; de metworst hoalen = een metworst als premie ontvangen van een logementhouder waar men het eerst over ijs is aangekomen. “Uit Wildervank is dezer dagen schipper Pomp op schaatsen naar Borgercompagnie gereden en heeft aldaar de eerste metworst gehaald van den kastelein Bakker.” (N. van den Dag 1895, 9 Januari)
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
metworst , metwost , mannelijk , metworst
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
metworst , metwos , zelfstandig naamwoord , metworst. Met nen metwos goojn noa ne zieje spek, een spierinkje uitgooien om een kabeljouw te vangen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
metworst , metwos , metworst; * in Salland hoalt ze van een kot gebed en een lange metwos: in Salland houdt men van een kort gebed en een lang stuk worst.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
metworst , metworst , de , 1. metworst De metworst wörde in het zeeivat edaone (Hgv), Hij gooide mit ein metworst naor een ziede spek probeerde door iets kleins te doen iets groots te bereiken (Erf), Die prat, ...kik oet (Wee), ...kik toe (Wsv), ...dreumt(Dro), ...hef een kleur (Hgv), ...is zo glad (Hijk), ...zo dreug (Odo), ...zo mager (Oos) as een metworst daor het vet oetlopen is (Schl), Kinst wel mainen dat dien neuze ain metworst is, mor het is ain snötvat (Twe) 2. raar, soms dom persoon (Midden-Drenthe) Dat is ok een aol metworst van een vent (And) *Zo is het net / Een lange metworst en een kört gebed gezegd vóór het eten (Hgv); Metworst is schalijk eten: hoe mèer aj der ofsniedt, hoe körter wordt e (Emm)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
metworst , metwöst , metwòs, metwòst , (Kampen) metworst. Ook: metwòs (Kampereiland, Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: metwòst
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
metworst , metwos , metworst.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
metworst , mètwoorst , metworst
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
metworst , metwörst , (zelfstandig naamwoord) , metworst.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal