elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: onderdanig

onderdanig , oondrdùeneg , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , onderdanig
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
onderdanig , underdaonig , underdanig , bijvoeglijk naamwoord , Ook underdanig (Zuidwest-Drents veengebied, Zuidwest-Drenthe, zuid) = onderdaonig Het volk was altied zo onderdaonig (Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
onderdanig , onderdaonig , onderdanig
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
onderdanig , onderdaonig , bijvoeglijk naamwoord , onderdanig
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
onderdanig , onderdaonig , (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) , onderdanig.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal