elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: overbrengen

overbrengen , [bewijzen] , overbrengen , bewijzen, waar maken, ook Gron. Zie ook Ommel. Landr. I, 11.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
overbrengen , overbrengen , (klemtoon op bren), voor: bewijzen, het wettelijk bewijs leveren; men ken hōm ’t nijt overbrengen = ’t ken hōm nijt overbrocht worden = nijt woar moaken = nijt bewiezen, nl. van eene misdaad of een misdrijf gezegd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
overbrengen , ouwrbrengng , werkwoord , de boskop ouwrbrengng, koppig zijn, van drank
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
overbrengen , overbrengen , sterk werkwoord, overgankelijk , 1. overbrengen Ze wilt de schure in zien geheil overbrengen naor heur neie stee (Bco), Ik zal de groeten even overbrengen (Dro), Het wuur van aolder op kinder overbracht (Oos) 2. doorvertellen Je mout hum niks vertellen, want hij brengt alles over (Zui) 3. overtuigen, bewijzen (wp, wm) ‘Dit zult gij mij overbrengen’ gezegd bij een twist (wp)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
overbrengen , overbrengen , werkwoord , 1. van de ene plaats naar de andere brengen 2. doorvertellen 3. uitleggen, duidelijk maken 4. transplanteren
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal