elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pleur

pleur , plear , zelfstandig naamwoord, mannelijk , plears , plearkn , 1 knal, 2 klap, 3 stuk. Nen plear groond, een groot stuk grond; nen plear lùs, een opengelaten stuk
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
pleur , pleur , bakkie pleur, slappe koffie.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
pleur , pleur , bakkie pleur; kop koffie
Bron: Oudenaarden, Jan (2015), Wat zeggie? Azzie val dan leggie! Aspecten van het dialect van Rotterdam, Rotterdam.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal