elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: pots

pots , potse , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , potsen , grap
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
pots , pots , zelfstandig naamwoord , pots. Ronde muts, dikwijls met een flos er bovenop.
Bron: Naaijkens, J. (1992), Dè’s Biks – Verklarende Dialectwoordenlijst, Hilvarenbeek
pots , potse , de , potsen , dik vrouwspersoon Dat is een dikke potse van een vrouw (Hoh)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
pots , potse , onaangenaam geval. ’t Is ’n mooie potse met die staekerieje.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
pots , patsj , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , patsje , petsjke , pet , (met klep) pats VB: Doég d'n patsj op, 't ês biestig kaad boéte.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
pots , potske , kalotje, mutsje.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
pots , pots , zelfstandig naamwoord , "plat, baretachtig hoofddeksel; N. Daamen (handschrift 1916) – ""pots - breed uitwaaijend kinder hoedje""; Cees Robben – Zet oew pots op (19680830); Goem. - POTS - pots zelfstandig naamwoord vr. - ronde muts zonder klep; Cornelissen & Vervliet, Idioticon van het Antwerpsch dialect; 1899 - POTS zelfstandig naamwoord v. - ronde mansmuts zonder klep; WNT POTS (II) pet; ronde mansmuts zonder klep, matrozenmuts inz. als dracht voor kinderen; huismutsje voor oude heeren"
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal