elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rementen

rementen , rementen , stoeien; Gron. = leven maken, op ruwe, luidruchtige manier stoeien; West-Vlaand. ramenten, Oostfr. rementen, ramenten, Westf. ramenten, Neders. Holst. ramenten = gedruisch, alarm, rumoer maken; Hessisch ramenten, romenten, rementieren. Wellicht verbast. van het OFransch dementer = zich woest, onzinnig aanstellen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
rementen , rementen , (zwak werkwoord) , leven maken.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
rementen , rementen , leven maken, op ruwe en luidruchtige wijze stoeien, ravotten; Oostfriesch rementen, ramenten, Nedersaksisch, Holsteinsch ramenten = gedruisch, alarm, rumoer maken.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
rementen , ramenten , Ravotten, stoeien. Ook W.-Vl. Gron. rementen.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
rementen , ramenten , Ravotten, stoeien. Ook: W.-Vl., Gron.: rementen.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
rementen , rammenten , lawaaierig ravotten
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
rementen , rameantn , werkwoord, zwak , ravotten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rementen , reminten , ravotten, stoeien
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
rementen , reménte , werkwoord , Ravotten, stoeien (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
rementen , rammenten , wild en lawaaierig stoeien.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
rementen , rammenten , rammenten, eramment , wild stoeien, ruw en krachtig bewegen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
rementen , rementen , onbepaald werkwoord, onovergankelijk , 1. stoeien, donderjagen Hol op te rementen, de blooumen vleeigt ja van de taofel of (Eex), De kinder zit in het heui te rementen (Bco), z. ook rabalten 2. redden (Zuidwest-Drenthe, Midden-Drenthe) Kun ie het nog een beetie rementen, noe as oe de vrouwe zeek is? (Eli), Kuj het nog wel rementen zunder hulpe? (Vle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rementen , rammenten , (Gunninks woordenlijst van 1908) geweld maken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
rementen , rementn , rukken, rammen. Gaot er niet rementn an de deure.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
rementen , rementen , werkwoord , stoeien, druk doen en lawaai maken
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
rementen , rementen , ravotten (O.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal