elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: regelen

regelen , riegln , werkwoord, zwak, wederkerig , op een rij of in een kring gaan zitten
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
regelen , regele , werkwoord , Ook: zichtbaar regels of rijen vormen. | De piepers beginne al te regelen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
regelen , reegele , reegelde, haet of is gereegelt , regelen; schikken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
regelen , regeln , zwak werkwoord, overgankelijk , regelen Dat wiefie wil altied alles regeln (Nije), Bij die mèenschen is alles goed regeld voor elkaar (Sti), Hij hef gistern het verkeer eregeld (Hol)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
regelen , riegelen , werkwoord , 1. toenemen in aantal komenden, in gevallen die zich voordoen, in snel tempo gaan 2. (van bonen, peulen enz.) flink groeien, zodanig dat zich een duidelijke rij manifesteert 3.(van aardappelen, bonen enz.) in een rij planten 4. (van rillingen, een gevoel van kou) over het lichaam trekken, met name over de rug
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
regelen , rèigele , werkwoord , rèigelde, gerèigeld , regelen , VB: Aon 't wérk doüg 'r neet, vuur alles te rèigele ês 'r good.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal