elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: rekpaal

rekpaal , rikpaol , mannelijk , rikpäöle , paal, als onderdeel van een afrastering
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
rekpaal , rikkepoal , zelfstandig naamwoord , paal, geschikt voor draadomheining
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
rekpaal , rikkepoale , paal voor de bevestiging van een afrastering.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
rekpaal , rikkenpoal , paal voor afrastering.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
rekpaal , rikkepaol , rikpaol , de , (Zuid-Drenthe, Midden-Drenthe). Ook rikpaol (Zuidoost-Drents zandgebied) = paal voor een omheining Wij brengt even een vracht rikkepaolen hen ’t laand (Hijk), In die boom zit nog mooie rikkepaolen (Bei), Wij moet nog rikkepaolen zagen en anpunten (Geb)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
rekpaal , rikkepaole , (zelfstandig naamwoord) , paal van een omheining.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal