elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: spintvat

spintvat , spintvat , spientvat , zie: spint.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
spintvat , speentvat , onzijdig , maat van één spint inhoud
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
spintvat , speentvat , zelfstandig naamwoord , vaatje van 8 L
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
spintvat , spintvat , het , vat met inhoud van een spint Slichte maot wur vroeger altied meten met een spintvat (And), Hij hef een kop as een spintvat groot hoofd (Schn) *Drei tree in een spintvat gezegd van een meisje dat mooi (met korte pasjes) liep (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal