elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: splinteren

splinteren , spleentrn , werkwoord, zwak , splinteren
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
splinteren , sjplintere , werkwoord , sjplinterde, is gesjplintert , splinteren.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
splinteren , splintern , zwak werkwoord, onovergankelijk , splinteren Veurzichtig met dat holt, want het splintert gauw (Oos)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
splinteren , splinjtere , werkwoord , splinjtjertj, splinjtjerdje, gesplinjtjerdj , splinteren
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal