elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tichelwerk

tichelwerk , [steenbakkerij] , tichelwark , (onzijdig) , steenbakkerij.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
tichelwerk , tichelwark , in geschrifte tichelwerk = steenbakkerij; ook Oostfriesch. Kil. tichelwerck = het steenbakken.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
tichelwerk , tichlwoark , zelfstandig naamwoord , steenbakkerij
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
tichelwerk , t tiggelwaark , steenbakkerij
Bron: Steenhuis, F.H. (1978), Stoere en Olderwetse Grunneger Woorden, Wildervank: Dekker & Huisman
tichelwerk , tichelwärk , tegelbakkerij of steenbakkerij
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
tichelwerk , tichelwârk , steenfabriek.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal