elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: tiro

tiro , tieroo! , uitroep , bij jacht voor vliegend wild
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
tiro , tiro , tussenwerpsel , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe) = roep om wild op te jagen
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
tiro , tierow , tussenwerpsel , geroepen als de kleiduiven worden opgeworpen met de schotel van de machine
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal