elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: toegaan

toegaan , [gebeuren] , togaon , (sterk werkwoord) , geschieden; zó gink et tô.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
toegaan , tougoan , (toegaan) = te werk gaan, heengaan om iets te verrichten; goa tou en hemmel die = ga heen en reinig u; zij gōng tou en nam ’n klōk woater veur de schrik; ie mouten tougoan en gōrreln de hals mit brōnwoater; zij gōng tou en houl olwieven bie de kōffie; ’t gait ’r roar tou = men doet het daar zoo vreemd, ’t is daar een knoeiboel, enz.; d’r gait drei el tou = is drie el (van die stof) toe noodig; d’r gait veul sukker (of: sōkker) tou = er moet veel suiker bij gedaan worden. Zie: tou 5. Synoniem met: hingoan.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
toegaan , toogoan , werkwoord , dichtgaan. De haane geet noar binn too, ieder is zich zelf het naast
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
toegaan , toegaon , góng toe, is toegegange , dichtgaan. Wie geit dat toe: hoe maak je dat dicht?; toegaon in zijn werk gaan. Wie dat dao toegeit: hoe dat daar in zijn werk gaat.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
toegaan , toegoan , te keer gaan; * het kan d’r härd an toegoan: het kan hevig tekeer gaan.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
toegaan , toegaon , sterk werkwoord, onpersoonlijk , in z’n werk gaan, zijn beloop hebben Het gung der nogal raar toe, het was er niet bar tumig (Sle), Het giet der Fraans toe, ...Spaans toe (Dwi), Wat zal het er daor toegaon! een drukte of lawaai zijn (Ker), Het het er aordig tougaon vannacht er was veel herrie (Zui)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
toegaan , toegaon , toegaan, gebeuren. ’t Giet er raer toe bie de buurn.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
toegaan , toegaon , werkwoord , 1. toegaan: gebeuren, plaatshebben 2. gaan naar
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal