elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: valletje

valletje , vällechien , onzijdig , bouzemvällechien of schuasteinvällechien: gekleurde katoenen strook ter versiering aan de betimmering van de schoorsteenmantel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
valletje , valleken , gordijntje langs schoorsteenkap of -mantel
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
valletje , valetje , voile. Aanhangsel van de hoed van deftige dames
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
valletje , valletje , zelfstandig naamwoord ’t , 1. Voile, kleine voile. 2. Kort gordijntje.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
valletje , vâllechien , valletje (kort gordijntje).
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
valletje , vallegien , zelfstandig naamwoord , et; valletje, rabat, kort gordijn
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal