elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: veldhoen

veldhoen , veldhoen , veldhoender, meerv. veldhoenders = patrijs.
Bron: Panken, P.N. (1850) Kempensch taaleigen, Idioticon I, A-Z, Idioticon II, H-Z, red. Johan Biemans, 2010, Bergeijk.
veldhoen , [patrijs] , veldhôn , [weinig gebruikelijk] patrijs.
Bron: Gallée, J.H. (1895), Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect, aanhangsel Twents
veldhoen , [patrijs] , veldhôn , patrijs.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
veldhoen , [vogel] , veldhôn , Patrijs. Mv. veldhônder.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
veldhoen , vealdhoondr , zelfstandig naamwoord , patrijzen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
veldhoen , veljthoun , vrouwelijk , veljthounder , veljthuinke , veldhoen. Als men een treuzelaar achter zijn vodden zit om te zorgen, dat hij op tijd in de H. Mis komt kan men wel eens tot antwoord krijgen: “de kirk is geinen haan en pestoor gein veljthoun” m.a.w. ze zijn niet als patrijzen, ze lopen niet weg.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
veldhoen , veldhoonder , patrijzen.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
veldhoen , veldhoender , patrijzen.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
veldhoen , veldhoen , patrijs.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
veldhoen , véldhoon , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , paashaas , véldhoon (vero.)
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
veldhoen , [veldhoen ] , veldjhoon , (vrouwelijk) , veldhoen, patrijs
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
veldhoen , vêldjhoon , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , vêldjhoonder , (Nederweerts, Ospels) patrijs
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal