elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: verkoudheid

verkoudheid , [ontsteking van de slijmvliezen] , verkelt , verkolden , (zelfstandig naamwoord) , Verkeltheid.
Bron: Halbertsma, J.H. (1835), ‘Woordenboekje van het Overijselsch’, in: Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren 1836, Deventer: J. de Lange.
verkoudheid , vekùelnhaejd , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , verkoudheid
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
verkoudheid , verkòldeid , verkòllendeid, verkölleneid , verkoudheid. Ook: verkòllendeid (Kampereiland, Kamperveen), Gunninks woordenlijst van 1908: verkölleneid (Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
verkoudheid , verkollnheid , verkoudheid.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
verkoudheid , verkolenhied , verkolens, verkooldhied , zelfstandig naamwoord , de; verkoudheid
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
verkoudheid , verkoldeid , (zelfstandig naamwoord) , verkoudheid.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
verkoudheid , verkouwendigheid , verkoudheid.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
verkoudheid , verkaodjheîd , verkaodjheid , zie verkaodjigheîd
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal