elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: voeler

voeler , veuldr , zelfstandig naamwoord, mannelijk , trage werker
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
voeler , voelder , zelfstandig naamwoord de , Letterlijk voeler, in de zegswijze wie voor ’n voelder uitgaat, komt as ’n knoffelaar thuis, wie met meisjes uitgaat om oneerbare handelingen te verrichten, komt van kwaad tot erger (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal