elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: voorkist

voorkist , veurkist , de voorbank van een boerenwagen, Gron. vourbanktje en vourkistje, aldus omdat het niet alleen tot zitbank dient, maar ook om er voeder voor de paarden in te bergen.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
voorkist , vuurkisjen , zelfstandig naamwoord , kistje om op te zitten en reisbenodigdheden in te doen, voor in een boerenwagen
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
voorkist , veurkist , de , (Zuidoost-Drents zandgebied, Midden-Drenthe, Kop van Drenthe) = bergruimte in de vorm van een kist voor in de boerenwagen, meestal tevens zitplaats van de menner Hij haar drinken in de veurkist (Row), Met de piep in de braand, leide in de haand, de voeten tegen de veurkiste (...) zo reed ik met boerendeftigheid de stad in (ti), De veurkist is de kist tussen ledders op het veurstel (N:Rod), Hij zat op veurkist van linnenwaogen (Vri), z. ook voorkist
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal