elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: waken

waken , waken , (zwak werkwoord) , waken.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
waken , woaken , in: hij het woakt bie heur = hij is dien nacht bij haar blijven vrijen.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
waken , wääken , zwak werkwoord , waken
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
waken , waakng , werkwoord, zwak , nachtwacht houden
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
waken , waake , waakde, haet gewaak , waken.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
waken , waken , waoken, waeken , zwak werkwoord, onovergankelijk , (Zuidoost-Drenthe, Zuidwest-Drenthe, zuid, Midden-Drenthe). Ook waoken (Noord-Drenthe), waeken (Zuidwest-Drenthe, noord) = waken, de wacht houden As hier vrouger eine dood gaon was, mus wie der ’s nachts bie waken. Dat was umdat ze bange waren dat de ratten hum begunden op te vreten (Bco), De boer lag bij de motte te waeken bij de zeug, die zou gaan werpen (Dwi), Wij moet nog waken, ...opzitten vannacht, wij kunt nog een kalf kriegen (Sle)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
waken , waoken , waken.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
waken , waken , werkwoord , waken
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
waken , waeken , werkwoord , niet slapen, wakker zijn: om op te passen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
waken , wäoke , werkwoord , wäokde, gewäok , waken , VB: De môs d'r vuur wäoke dat ste geng foüte maks.; (bij een zieke); wäoke
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
waken , waake , waken
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
waken , wakt , waakt
Bron: Peels-Mollen, J. met werkgroep Weerderheem in Valkenswaard (Ed.) (2007), M’n Moederstaol. Zôô gezeed, zôô geschreeve. Almere/Enschede: Van de Berg.
waken , waoke , waken.
Bron: Luysterburg, J. e.a. (2007), Dialecten in het Zuidkwartier. Hoogerheide, Ossendrecht, Putte, Woensdrecht, Heemkundekring Het Zuidkwartier.
waken , wake , waaktj, waakdje, gewaaktj , waken , De lèste nachte höbbe wae ómstebuuert bie moder gewaaktj.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
waken , wake , werkwoord , waâktj, waakdje, gewaâkdj , 1. waken 2. bidden bij een opgebaarde overledene
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
waken , waoke , zwak werkwoord , waken; Cees Robben - wij hèbbe vannaacht meej vèèf man gewòkt; Lodewijk van Dorrus Misters - Het was ook de gewoonte, dat bij grotere lijken 's nachts gewaakt werd. Dit was weer een burenplicht. Die wake werd gehouden door minstens twee personen. Om wakker te blijven gebruikten zij dan sterke, zwarte koffie. Dus zonder melk. Als men dit laatste eens vertelt in gezelschap van jongelui, wordt dit waken onzin genoemd. Zij zeggen: dood is toch dood! Inderdaad, dat zal niemand ontkennen. Maar er is verschil tussen dood en schijndood. Bij het beoordelen van vroegere gewoonten en gebruiken moet men niet afgaan op de tegenwoordige maar vroegere tijden. Het is nog niet zo heel lang geleden, dat er dikwijls epidemisch besmettelijke ziekten uitbraken zoals typhus, cholera, pokziekte enz. en dan was het in 't geheel geen zeldzaamheid, dat lijders aan een dier ziekten dood gewaand en ook als zodanig behandeld werden. Juist daarom was en is er nog wettelijk een tijd bepaald, waarin het lijk niet begraven mag worden. In die tijd is waarschijnlijk ook de verplichte koepokinenting tot stand gekomen. Dat het waken in die omstandigheden niet zinneloos maar noodzaak was, begrijpt nu iedereen wel en het gebeurde ook vaak, dat het niet vruchteloos was. (Lowie van Dorrus Misters; rubriek Onze Tilburgse folklore, afl. 2 ‘Doden-cultus van eertijds’; NTC – 16-11-1950); Kernkamp - Bezorging Dialectenquête 1879 - sloapen en woake; B waoke - wòkte - gewòkt - ook in tegenwoordige tijd vocaalkrimping: gij/hij wòkt; wòkt(e) - waakt(e); – tegenwoordige tijd sing., resp. verleden tijd van ‘waoke’, met vocaalkrimping
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal