elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: warmte

warmte , wermde , (vrouwelijk) , warmte.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
warmte , warmte , in: de warmte hollen = warm blijven, en: de warmte beloopen = loopen om warm te worden of te blijven.
Bron: Ganderheyden, A.A. (1897), Groningana – Supplement op H. Molema’s Woordenboek der Groningsche Volkstaal, Groningen (reprint 1985)
warmte , wùermte , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , warmte
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
warmte , wermde , mannelijk , warmte. Kaut beier brink wermde: koel bier verhit de gemoederen.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
warmte , warmte , de , warmte Hie kun hiel slecht tegen al die warmte (Emm), Wat goud is veur de kaolde is ok goud veur de warmte m.b.t. kleding (Bov)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
warmte , wèrmt , warmte.
Bron: Zegers, A. (1999), Het dialect van het land van Ravenstein, in het bijzonder van Uden en Zeeland, Uden.
warmte , wärmte , warmte
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
warmte , waarmte , warmte , zelfstandig naamwoord , de; warmte
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
warmte , wermte , zelfstandig naamwoord vrouwelijk , - , - , warmte , VB: Dat keend hèt bié hön noets vëul wermte oondervoonde.
Bron: Jaspars, G. en H. Fiévez (2006-2008), Woordenboek van het Gronsvelds, Gronsveld/Ryckholt
warmte , wèrmte , warmte
Bron: Bergh, N. van den, e.a. (2007), Um nie te vergeete. Schaijks dialectboekje, Schaijk.
warmte , wärmte , (zelfstandig naamwoord) , warmte.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
warmte , wèrmt , warmte , Ik kan nie goewd teege die wèrmt. Ik kan niet goed tegen die warmte.
Bron: Laat, G. de (2011), Zoo prôte wèij in Nuejne mi mekaâr, Nuenen
warmte , wörmdje , (vrouwelijk) , warmte
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
warmte , wörmdje , warmte
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
warmte , wermdje , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , warmte
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.
warmte , wèrmte , zelfstandig naamwoord , warmte; Henk van Rijen - 'wèrremte'; Cees Robben - 'de wermte vur d'n klèène man'; A.P. de Bont - Dialekt van Kempenland - 1958 e.v. - ; znw.vr. 'wermt' - warmte
Bron: Sterenborg, W. en E. Schilders (2014), Woordenboek van de Tilburgse Taal (WTT), Tilburg: Stichting Cultureel Brabant
warmte , wermte , warmte
Bron: Arts, Jan (2015), Brónsgreun Bukske, Editie Veldes dialek, Velden.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal