elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: wed

wed , wedde , (vrouwelijk) , weddenschap; in de wedde loopen, om het hardst loopen.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
wed , weddĕ , in dĕ weddĕ loopĕn, om ’t hardst loopen.
Bron: Ebbinge Wubben, C.H. (1907), ‘Staphorster Woordenlijst’, in: Driemaandelijkse Bladen 6, 61-94
wed , werre , vrouwelijk , In de werre: weddenschap
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
wed , werre , in de werre, om ’t hardst
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
wed , wët , vrouwelijk , wëdde , wëtje , weddenschap, zie ook: wëddensjap. ’t Geit in de wët: het gaat om de weddenschap.
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
wed , wedde , wed , Ook wed (sa:Rui), in in de wed(de) strijdend om te zien wie de beste etc. is Ze loopt in de wedde (Bro), Ze deden in de wedde, wie er het eerst was (Hoh), ...wie het mienste op kun (Dwi), Ze speulden um de beurte op de tolter en schommelden in de wedde (Pes), De motten knaort in de wedde om het hardst (Zdw)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
wed , wedde , zelfstandig naamwoord , de; in in de wedde in de wed: tegen elkaar wedijverend, elkaar bekampend
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
wed , wèd , (vrouwelijk) , wèdde , wèdje , weddenschap , Ei wèdje?
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal