elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: weekzerig

weekzerig , weekzeerîg , kleinzeerig, Gron. wijkzeerig.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
weekzerig , wijkzeerîg , kleinzeerig, licht gevoelig, angstig voor pijn, tegengestelde van: ’n hardholtje wezen, iemand die schijnbaar ongevoelig is voor lichamelijke smart. Drentsch weekzeerîg.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
weekzerig , wékzeerig , Kleinzeerig, gevoelig, aantrekkelijk. Van lichaam en van gemoed gezegd. Asse zich met ʼn speld prikt schreeuwte al; h(i)ee is wékzeerig. Asse narigheid züt dan grinte dadelijk; zoo wékzeerig.
Bron: Draaijer, W. (1896). Woordenboekje van het Deventersch Dialect. ’s-Gravenhage: Martinus Nijhoff
weekzerig , [kleinzerig] , wékzeerig , wékzieerig , Kleinzeerig, gevoelig, aantrekkelijk. Van lichaam en gemoed gezegd. Asse zich met ʼn spelde prikt, schr(i)eeuwte al; h(i)ee is arg wékz(i)eerig. Asse narigheid hö̂rt of züt, dan grinte dadelek; h(i)ee is zoo wékz(i)eerig.
Bron: Draaijer, W. (2e druk 1936), Woordenboekje van het Deventersch Dialect, Deventer: Kluwer.
weekzerig , weekzeerig , kleinzerig
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
weekzerig , weekzeareg , bijvoeglijk naamwoord, bijwoord , kleinzerig
Bron: Schönfeld Wichers, K.D. (1959), Woordenboek van het Rijssens dialect, herdruk 1996, z.pl.
weekzerig , weekzerig , kleinzerig.
Bron: Bos-Vlaskamp, G. e.a. (1994), Olster woorden, Olst.
weekzerig , weekzerig , kleinzerig.
Bron: Werkgroep Dialekt van het Cultuur Historisch Genootschap Raalte (1995), Nieuw Sallands Woordenboek, Raalte
weekzerig , weekzerig , wîêkzerig , (Kampen) kleinzerig. Ook: wîêkzerig (Kampereiland, Kamperveen)
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
weekzerig , wiekzeereg , weekzeereg , kleinzerig, sentimenteel, ook wel: snel emotioneel.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal