elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: afgeluizigd

afgeluizigd , ofgeluizîgd , (zie: ofgenaid); hier wellicht door onze militairen ingevoerd.
Bron: Molema, H. (1895), Woordenboek der Groningsche Volkstaal in de 19e eeuw (handschrift met aanvullingen op gedrukte editie uit 1887)
afgeluizigd , ofgeluizig , Maar òf tie liep! Ofgeluizig! wattie liep, V. e. Vl. 237 - ’8.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
afgeluizigd , ofgeluizig , bijwoord , Heel erg, bar. | Wat bè je toch ofgeluizig stom.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
afgeluizigd , afgeluizig , ofgeluizig , heel erg; afgeluizig vuil op iemand zijn betekent woest zijn op iemand
Bron: Grauw, Sibrand de en Gerard Gast (2014), ABC Dordt. Dordtse woorden en uitdrukkingen, dialect, verhalen en versjes, gedichten en straattypes, Asaprint Uitgeverij, Dordrecht.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal