elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: altoos

altoos , altoos , altijd, steeds.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
altoos , altoôst , bijwoord , Variant van altoos (verouderd).
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
altoos , altoos , bijwoord , 1. altijd (KRS: Wijk, Werk, Bunn, Hout, Scha; LPW: IJss, Mont, Bens, Lop, Cab, Pols) 2. (bw) althans (KRS: Coth) In deze betekenis ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 29).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
altoos , altoos , zie altied
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
altoos , altoos , altijd.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal