elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: dichtjes

dichtjes , ‘dichies!’ , bij ’t knikkeren: raak! (dicht er bij of er aan). Ook wel tot vrijende personen, die wat dicht tegen elkander aankruipen.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
dichtjes , dichies an , bijwoord , tamelijk, behoorlijk Het regent dichies an Het regent behoorlijk
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal