elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: drempel

drempel , drumpel , drempel; nijt over deur of drumpel komen = zich nooit in dat huis laten zien; ook Gron.
Bron: Molema, H. (1889), Proeve van een woordenboek der Drentsche volkstaal in de 19e eeuw, handschrift
drempel , drümpel , (mannelijk) , drempel.
Bron: Gallée, J.H. (1895). Woordenboek van het Geldersch-Overijselsch Dialect. Deventer: H.P. Ter Braak
drempel , drempel , drumpel , (zelfstandig naamwoord mannelijk) , Daarnaast ook drumpel. Zie de wdbb. ‒ Men spreekt ook wel van onder- en bovendrempel, van een kozijn. In de algemene taal zegt men in deze samenstellingen -dorpel; zie de wdbb. || De stijlen en bovendrempels (van de raamkozijnen) zwaar 10 bij 12 duim, de onderdrempels zwaar 10 bij 15 duim, Bestek woonhuis (Wormerveer, 19de e.).
Bron: Boekenoogen, G.J. (1897), De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. Zaandijk (herdruk 1971)
drempel , drumpel , drempel. Pāssop dat drumpeltsie!
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
drempel , dröömpel , mannelijk , drempel
Bron: Jonker, L. & H.G. van Grol (z.j., ca 1940), Woordenboek dialect van Vriezenveen
drempel , drumpel , zelfstandig naamwoord de , Drempel. Zegswijze over de drumpel komme, binnenkomen, op bezoek komen.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
drempel , drumpel , drömpel, drempel , drumpels , Ook drömpel (Midden-Drenthe), drempel (Zuidoost-Drents zandgebied, Kop van Drenthe) = drempel Mit lood in de schoenen kwamp hij bij oes aover de drumpel (Ruw), Hij kwam der nogal vaok over de drumpel op bezoek (Ros), Neit over deur of drumpel komen zich nooit in dat huis laten zien (wm), Het eerste schaop is al over de drumpel (Noo)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
drempel , drumpel , drempel
Bron: Fien, A., Ph.C.G.M. Bloemhoff-de Bruijn en J. Gunnink (2000), Woordenboek van de Kamper Taal, Kampen
drempel , drumpel , drempel.
Bron: Dialectwârkgroep Heerde/Waopmvelde (2004), Nieje Heerder Woordnboek, Heerde.
drempel , drumpel , zelfstandig naamwoord , de 1. drempel van een deur 2. kozijndrempel 3. minimum waaraan men eerst moet voldoen, dat eerst moet worden gehaald alvorens verder te kunnen
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
drempel , drumpel , (zelfstandig naamwoord) , drempel. Uitdr.: IJ löp zo’n bettien tussen deure en drumpel ‘hij kwakkelt’. Zie ook: dörpel.
Bron: Kraijer, M., H. Mulder, D. Visscher en Ph. Bloemhoff (2009), Op zien Zwols: Woordenboek van de Zwolse Taal, Kampen: IJsselacademie
drempel , drumpel  , drempel.
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal