elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: garibaldi

garibaldi , garrebaldi , ronde bolhoed. Mit en garrebaldi op zen kop. [Ik herinner mij: garibaldi-kettingen, horloge-kettingen met een rond kogeltje er van afhangende].
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
garibaldi , garreballie , garibaldie. Dokter Scheffer droeg altijd een garreballie.
Bron: Spek, J. van der (1981), Zoetermeers woordenboek, Zoetermeer.
garibaldi , garreballie , garriballie, garribaldi , garreballies , (Zuidwest-Drenthe, zuid, Zuidoost-Drents zandgebied). Ook garriballie, garribaldi (Noord-Drenthe, Zuid-Drenthe) = garibaldi Hij drèug zundes een garriballie en zweide dan mit een spaansrieten stokkie (ov), Dan buuj de garreballie toch niet opzetten. Zet mar een pet op (vo:Zwe)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
garibaldi , garriebaldie , gardeboldie , zelfstandig naamwoord , de; garibaldihoed
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal