elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: keen

keen , kêne , kloof, barst; in winterhanden. - Diepe kêne.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
keen , kein , keen , vrouwelijk , keine/keene , keinke/keenke , keen, kloof, spleet of barst in huid tengevolge van dikke eeltlaag.; keen kiem
Bron: Schelberg, P.J.G. (1986), Woordenboek van het Sittards dialect, Amsterdam
keen , keen , zelfstandig naamwoord , kloof in vinger of teen (KRS: Coth) Ook in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 74).
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
keen , kene , keen , de , kenen , (Zuidwest-Drenthe). Ook keen. Vaak mv. = kloof, groef in de hand, ook in de hiel, ontstaat vooral in de winter en is moeilijk te genezen Ik heb een kene ien de vinger (Bro), Aj een kene in de vinger hadden een wollen draod deur de russel en in de kene dan haj hum zo weer zachte (Ruw), ...die kuj het beste insmeren mit dassenvet of kattevet aans hielt ze slecht (Mep)
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
keen , keen , bijvoeglijk naamwoord , (N:Zuidwest-Drenthe) = hard Een kene plaanke
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
keen , koende , de , (zw) = kloof
Bron: Kocks, G.H. (1996-1997), Woordenboek van de Drentse Dialecten (WDD), Assen: Van Gorcum
keen , kin , zelfstandig naamwoord , et; ruimte links en rechts van het gat in de zolder waarop men graan opslaat
Bron: Bloemhoff, H., J. Withaar, A. Bloemhoff en T. Bontekoe (2005), Stellingwarfs-Nederlands Verklarend Handwoordenboek (SNVH), Berkoop/Oldeberkoop: Stichting Stellingwarver Schrieversronte.
keen , keen , kiem (W.-Veluwe).
Bron: Scholtmeijer, H. (2011), Veluws handwoordenboek, Almere.
keen , keen , (vrouwelijk) , kene , keenke , kloof in huid , Kene ane henj höbbe.
Bron: Tonnaer, M. en Har Sniekers (eindred.), (2012), Thoears Woeardebook, Thorn
keen , keen , zelfstandig naamwoord , kene , keenke , snee, huidkloof, kerf
Bron: Janssen, L. (2013), Limburgs Woordenboek Heels-Nederlands, Heel.
keen , keên , zelfstandig naamwoord, vrouwelijk , keêne , keenke , huidkloof, kerf in vinger
Bron: Feijen, Jan (2013), Zoeë Kalle Vae - Weertlands woordenboek, Weerd.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal