elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: klapbot

klapbot , klapbot , Zoo mager als een klapbot. Gehoord te Utrecht, 1909: klapbot zou beteekenen: klepper, klepperhoutje, waar de jongens in den ‘kleppertijd’ mee klepperen. (Uit klaphout?).
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal