elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kreen

kreen , kreen , kieskeurig, precies, puntig. Kreen op iets zijn, b.v. op boter, eieren, de zindelijkheid van vaatwerk, enz.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen
kreen , kreen , bijvoeglijk naamwoord , 1. Zeer rein of zindelijk. 2. Zeer zuinig. 3. Zeer kieskeurig. Het woord is een variant van reen of rein.
Bron: Pannekeet, J. (1984), Westfries Woordenboek, Wormerveer
kreen , kreen , klien, kree, krèèn , bijvoeglijk naamwoord , (KRS: Coth, Hout; LPW: IJss, Mont, Bens, Lop, Cab, Pols), kree (LPW: Lop), krèèn (LPW: Pols), klien (LPW: Cab) zeer helder, zindelijk; bijvoorbeeld gezegd van een boerin die kaas maakte: een krene boerin De vorm kreen komt ook voor in de Vechtstreek (Van Veen 1989, p. 80), de Krimpenerwaard (Van der Ent 1988, p. 68), Boskoop (Van Veen 1988, p. 40) en Gouda (Lafeber 1967, p. 119). In de laatstgenoemde plaats wordt het woord verouderd genoemd, en zijn er twee betekenissen: 1. kieskeurig; 2. zindelijk. Volgens Van Dale (1992, p. 1550) een nevenvorm van rein . Buma (1960, p. 61-70) bestrijdt echter de opvatting dat kreen met rein zou samenhangen. Hij ziet eerder een etymologische verwantschap met het Nederlandse kreunen . De oudste betekenis van kreen zou dan zijn: ‘gauw kreunend, klagend, kleinzerig, gevoelig’. Van hieruit is de ontwikkeling naar de hedendaagse betekenis wel te begrijpen. Kreen komt in Nederland vooral voor in Zuid-Holland en Utrecht. Verwante vormen vindt men in oudere fasen van het Engels, Fries en Nederduits, waar Buma uit concludeert dat het een Kustgermaans woord (een zogenaamd ‘ingvaeonisme’) is. Klien is een merkwaardige vorm: authentiek dialect of ontstaan onder invloed van het Engelse clean ? (vergelijk ook de nevenvorm nevvers bij *nievers ). De informanten (meerdere dus!) zijn zeer zeker van hun zaak. Bij overname uit het Engels kan een rol gespeeld hebben dat er op de Nederlandse markt een schoonmaakmiddel is met de naam Clean .
Bron: Scholtmeijer, H. (1993), Zuidutrechts Woordenboek – Dialecten en volksleven in Kromme-Rijnstreek en Lopikerwaard, Utrecht
kreen , kreen , bijvoeglijk naamwoord , korzelig, humeurig Dat meñs is kreen Die vrouw kan niet verdragen dat zij wordt aangeraakt (ook gezegd van een paard)
Bron: Werkgroep Dialecten Hoeksche Waard (2006), Hoekschewaards woordenboek, Klaaswaal.


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal