elektronische Woordenbank van de Nederlandse dialecten (eWND)

Woord: kriepje

kriepje , kriempje , kleinigheidje, kriezeltje, ‘kriepje’. - ‘Zoo’n kriempje notemuskaat werkt zoo voortreffelijk in den brandewijn,’ Vonken en Vl. 195.
Bron: Beets, A. (1927), ‘Utrechtsche Volkswoorden en Volksgezegden’, in: Driemaandelijksche bladen 22, 1, 1-30, 73-84. Groningen


<< vorige pagina

Gelieve als bronverwijzing te gebruiken:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2015-), eWND, op ewnd.ivdnt.org,
gehost door het Instituut voor de Nederlandse Taal